“Stof is niet het onvruchtbare droge stof die wij met dat woord meestal bedoelen, maar de substantie die we grond, akkergrond noemen”

Veraarden in het licht van het christelijk geloof | bijdrage van predikant Richard C. Vervoorn | november 2026

Veel christenen zullen zich afvragen of veraarden als lijkbezorging past bij een christelijke levensovertuiging. In hoeverre dat een rol speelt hangt af hoe men denkt over bijvoorbeeld de opstanding van de doden, over de lichamelijke opstanding maar ook over bijbelse gebruiken en het feit dat Jezus begraven is in een graf.

Weliswaar komen in de bijbel verschillende manieren van begraven voor, in de meeste gevallen in doeken, al dan niet gebalsemd en zeker niet in een doodskist met uitzondering van Jozef, die in een sarcofaag van Egypte naar Palestina werd vervoerd. Soms werd in spelonken begraven en soms in de aarde, maar niet op begraafplaatsen zoals wij die kennen.

We kunnen wel stellen dat de huidige praktijk van begraven ver staat van het begraven in bijbelse tijden en culturen. Waar ik vooral naar wil kijken, is hoe veraarden aan kan sluiten bij bijbels gedachtegoed. Ik denk dat dat goed kan. We kijken eerst naar de verbondenheid van de mens met de aarde. Vervolgens naar de verantwoordelijkheid van de mens voor de aarde en tenslotte of veraarden en wederopstanding elkaar uitsluiten of dat er zelfs verbinding is te leggen.

 

Verbondenheid met de aarde

In het scheppingsverhaal in Genesis 1 staat dat God de mens geschapen heeft ‘naar zijn beeld’, zowel mannelijk als vrouwelijk. Het scheppingsverhaal vertelt over de schepping van de mens op een andere manier. Daar lezen we “Toen maakte de HEER God de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies levensadem in de neus.” (vertaling NBV21). De mens (Adam in het Hebreeuws) is gevormd uit stof, namelijk aarde (Adama in het Hebreeuws) bij deze twee namen Adam en Adama hoort nog een derde, namelijk Dam en dat betekent bloed. Dus in de naam mens, Adam speelt de verwantschap en de verbondenheid met de akkergrond Adama mee. Adam, de ‘eerste mens’ krijgt deze naam ook als eigennaam, dat maakt het voor ons verwarrend. In eerste instantie is Adam zowel mannelijk als vrouwelijk en pas als de vrouw verschijnt wordt Adam ook man genoemd.

Vanaf het begin is het duidelijk dat een mens een wezen is van vlees en bloed en dat speelt zelfs in zijn naam mee.

Als de mensen (Adam en Eva) in Genesis 3 de gevolgen hoort van de overtreding van het gebod van God zegt God tegen hen “Vervloekt is de akker (adama) om wat jij hebt gedaan” (Genesis 3:17) en in vers 19 dat de mens zal zwoegen en zweten “totdat je terugkeert tot de aarde waaruit je ben genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.” Ik heb dat van het bloed, het rode bloed erbij genoemd, omdat de Naardense Bijbel (2024) dat in de tekst zo uit laat komen. Daar lezen we de tekst in Genesis 2:7 “Dan formeert de ENE, God, de -rode- mens van stof uit de -rode- grond en blaast in zijn neusgaten ademhaling van leven tot leven; zo wordt de -rode- mens tot levende ziel. Stof is niet het onvruchtbare droge stof die wij met dat woord meestal bedoelen, maar de substantie die we grond, akkergrond noemen. De mens keert weer tot compost. En de passage na de overtreding van het gebod van God in deze vertaling zegt ‘Nu is de -rode- grond om jouwentwil vervloekt.’ en ‘met het zweet in je neusgaten zul je (je) brood eten, totdat je terugkeert tot de -rode- grond, want uit haar ben je genomen; ja, stof ben je en tot stof keer je terug.’

De Naardense Bijbel gebruikt juist het rood, in een oudere versie staat er zelfs ‘bloedrood’ om de taalverwantschap van aarde, mens en bloed te benadrukken, die in het Hebreeuws zo vanzelfsprekend is maar in vertalingen meestal niet meer zichtbaar is.

Wat is het resultaat van ‘veraarden’ anders dan weer terugkeren tot de aarde waaruit je genomen bent? In dat opzicht voldoet het volledig aan de beschrijving van Genesis 2 en 3. Over het proces dat tot veraarden, compost leidt staat niets in de bijbel. Ook niet over het begraven in een kist, wat het weer terugkeren tot de aarde behoorlijk belemmert of het bijzetten in een mausoleum, waarin het helemaal tot stilstand is gekomen. Als het gaat om het eindresultaat scoort veraarden hoger dan tot nu toe alle andere vormen van lijkbezorging op de beschrijving in Genesis. Het past prima bij de bijbelse betrokkenheid van mens en aarde.

 

Duurzaamheid

De betrokkenheid op de aarde, op de schepping is een belangrijk thema van het christelijk geloof. Belangrijk, maar niet vanzelfsprekend. Steeds moet daar aandacht voor gevraagd worden. Voor sommige christenen is ‘deze’ aarde niet belangrijk omdat we uitzien naar een nieuwe schepping en ‘geestelijke’ dingen hoger gewaardeerd worden dan ‘stoffelijke’ zaken. Maar in de bijbel zien we dat de schepping, en het onderhoud en beheer van de schepping wel belangrijk is. Het is in Genesis 1 de eerste opdracht die de mens krijgt: heersen over de schepping. Vaak komt dat neer over beheersen, dat wil zeggen naar je hand zetten, maar het is duidelijk dat veel meer bedoeld wordt beheren, in plaats van beheersen. Beheren, de aarde is niet van ons, maar is ons in bruikleen gegeven om goed mee om te gaan.

Nu we met zoveel mensen zijn op deze aardbol, valt des te meer op welke impact ons doen en laten op deze aarde heeft. We zien de gevolgen van ons fossiele energiegebruik in opwarming van de aarde, vruchtvbare landbouwgrond neemt wereldwijd af. Ook bij onze lijkbezorging is het belangrijk te kijken welke impact het heeft op het milleu. Hoeveel energie is nodig, hoe wordt er met grondstoffen om gegaan. Het zijn belangrijke thema’s en het is belangrijk om die mee te nemen in een gelovig standpunt over verschillende vormen van omgaan met onze geliefde doden. We zien dat veraarden zeer gunstig afsteekt bij, bijvoorbeeld crematie maar zelfs ook voor begraven op een begraafplaats. De verschillen worden minder groot bij begraven op een natuurbegraafplaats, maar het kan dus zijn dat je juist vanuit een positieve geloofsovertuiging kiest voor veraarden, ook vanwege de geringe belasting op het millieu.

 

Afscheidsdienst

Als christenen willen we in een kerkelijke viering afscheid nemen van onze geliefde dode. Het karakter kan verschillen. Soms staat de dienst in teken van afscheid, of van rouw, of van dankbaarheid voor het leven van de persoon waar we afscheid van nemen. Vaak zullen al die aspecten een plek krijgen. In het geloof speelt dan ook mee de hoop en de verwachting van het eeuwig leven, en de wederopstanding, ook van het lichaam. Er zullen nog goede vormen voor gevonden moeten worden, maar uiteraard is een plechtig moment ook bij veraarden mogelijk. Het zaaien van het dode lichaam en de oogst die we verwachten bij de wederopstanding kan bij veraarden aandacht krijgen.

Zo laten de verschilende aspecten zien dat ook voor christenen veraarden een welkome manier is van omgang met onze doden.

 

HIER DE BIO + FOTO
Ds. Richard C. Vervoorn

Volgende
Volgende

Small Steps Create Big Shifts